Tzum

Gelijk een havik op retraite

Ooit, in een vrij recent verleden, hield ik mezelf enige tijd intensief bezig met de bestudering van hedendaags autobiografisch proza, met bijzondere aandacht voor de relatie tussen het genre en de representatie ervan in de media. Toen ik op een avond – enkele maanden na te zijn afgestudeerd op het voornoemde onderwerp – in een talkshow kennis nam van Michael Bijnens debuutroman Cinderella kon ik een lichte zucht van ergernis dan ook maar moeilijk onderdrukken. Daar had je, meende ik toen, weer zo’n onbeholpen schelmenrelaas met de allure van een B-film, geschreven door een aandachtsgeile dilettant die bij ontstentenis van connecties in de filmindustrie besloten had dat een boekverfilming nog altijd zijn claim to fame kon worden.

Michael-Bijnens-CinderellaToen ik weken later, door ziekte geveld, behoefte had aan een boek dat niet teveel aanspraak maakte op mijn reflexieve en contemplatieve vermogens, kreeg ik het kloeke debuut, over een jongeman die opgroeit als zoon van een hoer en uiteindelijk noodgedwongen haar pooier wordt, toevalligerwijs alsnog in handen. Op dat eigenste moment maakten gevoelens van hoop en sympathie zich plots van mij meester: debuteren met een bijna vijfhonderd pagina’s tellende roman leek mij een waagstuk dat op zijn minst literaire ambitie en anders toch zeker een lichte vorm van megalomanie moest verraden – potentieel ook interessant.

De gedachte dat je een autobiografische roman al voor de helft hebt gelezen nog voordat je het boek ook maar hebt opengeslagen, neemt voor mij vaak één van de grootste plezieren en uitdagingen van het lezen weg: het zien te rijmen van de gedachtewereld van de personages met die van de auteur. Waar legt de auteur zijn personages zijn eigen ideeën in de mond? En op welke plekken juist iets volstrekt tegendraads (waar je als lezer in eerste instantie niets vermoedend in mee kunt gaan om even later met je neus op de feiten te worden gedrukt)? Autobiografisch proza kent in de regel minder van dit soort dubbelzinnigheden, maar het is juist op dit vlak dat Bijnens verrast en zijn Cinderella boven het niveau van zijn povere, anekdotische voorgangers uittilt.

Die ambiguïteit laat de jonge auteur heel behoedzaam in zijn vertelling sluipen, bijvoorbeeld als het dubieuze gedrag van zijn alter ego ten aanzien van vrouwen ter sprake komt en zijn verslag van het gebeurde achteraf niet in overeenstemming blijkt met de visie van de andere personages. Bijnens ondermijnt op die manier subtiel de betrouwbaarheid en de autoriteit van zijn toch al niet onfeilbare hoofdpersoon en laat zo ruimte over voor de lezer om te twijfelen aan zijn beweringen. De verteller spaart zichzelf niet en voorkomt daarmee dat zijn verhaal de vorm aanneemt van een klinische zelfrechtvaardiging of –verheerlijking.

Valstrikken weet Bijnens verder redelijk soepeltjes te omzeilen. Godzijdank wordt het ontbreken van een vaderfiguur niet op een goedkope of sentimentele wijze gepsychologiseerd. Ook de zwartgalligheid blijft goed binnen de perken; de zon lijkt weliswaar nooit te schijnen boven de Vlaamse steenwegen, maar verzanden in de dorre misantropie, die veel van de recente boeken van Dimitri Verhulst mijns inziens welhaast onverteerbaar maken, doet Cinderella ondanks zijn duistere thematiek niet. En gelukkig hoeft het ongrijpbare moederpersonage niet teveel ontwikkeling door te maken, laat staan dat ze gelouterd achterblijft.

Een groot deel van de kracht van het boek schuilt in die schijnbare ongrijpbaarheid die zowel het gedrag van het moederfiguur als dat van de protagonist typeert. Motieven vallen lastig vast te pinnen. Datzelfde aura hangt in zekere zin ook rond moeders collega-hoeren, die een glansrol lijken te spelen met hun bedrieglijke onschendbaarheid, maar te midden van zoveel masculiene onmacht uiteindelijk des te beklagenswaardiger zijn. De bonte stoet aan mannelijke misdadigers en hoerenlopers die passeert, doet in feite slechts dienst als ietwat schreeuwerig behangetje.

Qua taalgebruik kreeg ik als Nederlander aanvankelijk het gevoel dat Bijnens me, door woorden te gebruiken als allumeur (aansteker), met flinke doses couleur locale probeerde in te pakken. Veel van mijn landgenoten lijken daar sinds – pak ‘m beet – De helaasheid der dingen immers buitengewoon van te genieten. Anderzijds geeft de verteller ergens aan het einde van Cinderella juist te kennen dat aan de huidige weergave van zaken al de nodige oppoetsbeurten voorafgingen. Ergens moet je als auteur natuurlijk een balans vinden tussen realisme en leesbaarheid en gelukkigerwijs sprong het nadrukkelijke provincialisme mij gaandeweg de vertelling al minder in het oog en resteert zodoende vrijwel alleen het oeverloze gebruik van constructies met ‘gelijk’ als puntje van kritiek. (‘Gelijk een havik op retraite zocht Evangeline voor zichzelf de makkelijkste prooi uit.’)

Op momenten werd de aaneenschakeling van hoeren, geweld, amfetamines en andere ranzigheid mij – ik ben in principe dan ook geen liefhebber van dit type ‘rauw-realisme’ – simpelweg te veel van goede. En natuurlijk leunt Cinderella met zijn burleske decor, waarin de levens van hoerenlopers, Albanese nepmaffiosi, steroïdenproleten en welzijnswerkers soms wat al te toevallig met elkaar vervlochten raken, geregeld ook vervaarlijk dicht tegen de klucht of de B-film aan (en sommige scènes zijn er net over, zoals die waarin Michaels moeder de hoofdrol in zijn toneelstuk speelt). Maar dat neemt niet weg dat deze autobiografische schelmenroman een amusante proeve van bekwaamheid is en Bijnens’ vertellerstalent de belofte lijkt in te houden dat hij, ook nu hij de grondstof van het waargebeurde heeft opgesoupeerd, iets te vertellen overhoudt.

TV Brussel / Brussel Deze Week / Agenda

Herbekijk hier mijn gesprekken met allerhande Brusselse media, zowel naar aanleiding van mijn roman en het toneelstuk Aperçu De L’inconnu. De vertelling over de Bende van Nijvel waar ik nu aan werk met Willy Thomas, Thomas Bellinck en Michiel Voet.

http://www.brusselnieuws.be/nl/cultuur/de-bende-van-de-bende-michael-bijnens-en-willy-thomas

http://www.brusselnieuws.be/nl/nieuws/opmerkelijk-debuut-van-michael-bijnens-als-je-moeder-echt-een-hoer

Charlotte Köhler Stipendium

Charlotte Köhler Stipendium 2015 voor toneelschrijver Michael Bijnens

Het Charlotte Köhler Stipendium, een jaarlijks stipendium voor beginnend literair talent, is dit jaar toegekend aan de Vlaamse toneelschrijver Michael Bijnens. De jury, bestaande uit Berthe Spoelstra, Rik van den Bos en Sara van der Kooi, kent de prijs toe voor onder andere De onzichtbare man (Orkater, 2014) en Valley of Saints (Bronks & C-Mine i.s.m. Aurelie Di Marino, 2015).

De jury over Michael Bijnens en zijn werk: “Doorgaans ontwikkelen jonge theaterschrijvers zich op drie niveaus: structuur en vorm, stijl en taalgebruik en de verbintenis die het stuk aangaat met de wereld. […] Bijnens blijkt in staat een eigen universum te creëren dat alle drie de niveaus bestrijkt. Hij kiest sterk en maatschappelijk relevant materiaal als uitgangspositie en verhoudt zich zo tot materiaal dat groter is dan hijzelf.”

En:

“Uit het theaterwerk van de nog jonge Michael Bijnens spreekt een volkomen eigen en authentieke stem die misschien ‘ongepolijst’ genoemd kan worden. Hier spreekt iemand die niet is opgegroeid met vanzelfsprekendheden of andere rijkdommen. Bijnens benadert de wereld en zijn geëngageerde, politieke onderwerpen als een outsider, maar gaat hier vervolgens als kunstenaar een diepe en geloofwaardige verbintenis mee aan.”

Het Charlotte Köhler Stipendium bedraagt 5.000 euro en wordt jaarlijks toegekend aan een veelbelovend auteur in een wisselend literair genre, dit jaar is dat theater. De uitreiking zal in november 2015 plaatsvinden op een nader te bepalen locatie.

Het jaarlijkse Charlotte Köhler Stipendium en de driejaarlijkse Charlotte Köhler Prijs worden uitgereikt sinds 1988 op initiatief van mevrouw Charlotte Köhler. Het bestuur van de Stichting Charlotte Köhler kent de prijzen toe op voordracht van een deskundige jury. De Stichting wordt beheerd door de Vereniging van Letterkundigen (VvL), een afdeling van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers (VSenV). Voorgaande laureaten van het Stipendium zijn o.m.: Mischa Andriessen (poëzie, 2014), Joost de Vries (proza, 2013), Arieke Kroes (literaire vertalingen, 2011) en Robbert Welagen (proza, 2008). De volledige lijst staat op www.vvl.nu.

La Linea: recensies

Ondertussen zijn er een paar recensies van La Linea verschenen.

“La Linea is een fascinerende, broeierige theaterthriller waar zowel de toeschouwers als de acteurs af en toe kopje onder gaan in Bijnens’ gitzwart portret van de eeuwige kortsluiting tussen de menselijke verderfelijkheid en goedheid.” 

Dat vat het wel min of meer samen.

http://cobra.be/cm/cobra/podium/podium-recensie/1.2054072

http://focus.knack.be/entertainment/theater/theater-dagtrip-naar-ciudad-juarez/article-opinion-270325.html

http://www.theaterkrant.nl/recensie/la-linea/