Leeskost

Zoon van een hoer opent een bordeel, wordt de pooier van zijn moeder en hoopt haar zo te redden.

Als Michael Baetens 14 jaar is heeft hij, samen met zijn moeder, al vele mannen/huisgenoten versleten. Maar moeder Iris Vandamme treft steeds de verkeerde man. Op een dag ontdekt zij hoe het komt dat haar hartsvriendinnen Lola en Linda zich in niet alleen in weelde baden, maar daar ook nog eens geen ‘vaste man’ voor nodig hebben. De dames verkopen wat Iris haar partners altijd gratis of voor wat schamel zakgeld gaf. Op dat moment besluit Iris dat zij ook hoer zal worden. De aankondiging aan zoon Michael wil ik de lezer niet onthouden:

‘Hoe heet hij deze keer?’ vroeg ik. ‘Het is geen vent. Het zijn duizend venten. Een is niet genoeg. Ik pak ze allemaal. En ze gaan er nog voor betalen ook.’ Ik dacht na. ‘Gij wordt een hoer,’ zei ik. ‘Ik ga in de seksuele dienstverlening’, zei mijn moeder.

Verdere vragen wimpelt ze af: ‘Stel je voor je kunt op sport en je kunt zwemles van de seksuele dienstverlening krijgen!’ Aldus geschiedt.

Maar zo lang Iris geen betrouwbare pooier heeft, blijft het sappelen in de zaken. Ze heeft veel klanten, maar ze blijft belazerd worden. Trof ze eerst foute gratis mannen, nu treft ze foute betalende klanten.

Intussen volgt Michael de theateropleiding en specialiseert zich in het schrijven van toneelstukken. Daarna richt hij zijn oog op moeder als ‘project’: Iris wordt de hoofdpersoon van een roman die hij zal gaan schrijven.

Hij koopt, zo jong als hij is, de seksclub Cinderella. Daar gaan Iris en haar bijzondere vriendinnen Evangeline Borderline en Kelly Babouche aan de slag, onder het toeziend oog van Kale Patrick en Michael. Op die manier kan zoonlief een wakend oogje op zijn moeder houden, zorgen dat zij haar tomeloze neiging tot schulden maken bedwingt en haar bovendien in bescherming nemen want ondanks haar beroep is Iris te naïef voor deze wereld.

Michael Bijnens (1990) is de zoon van een Antwerpse prostituee. Hij volgde een theateropleiding in Brussel en specialiseerde zich in het schrijven voor toneel. Met Cinderella maakt hij zijn debuut als romancier.

Wie Michael Baetens’ verhaal uit de roman naast de korte levensbeschrijving van auteur Michael Bijnens legt, ontsnapt niet aan de verleiding te denken dat Cinderella een autobiografie is. De uitgever spreekt het niet tegen, maar afficheert het boek in een bijna onzichtbaar hoekje toch als ‘literaire fictie’.

De meeste schrijvers echter putten uit fantasieën of versieringen van hun eigen ervaringen. Met Bijnens is het niet anders. ‘Feit en fictie hebben dezelfde stam’, zei hij desgevraagd.

Het schrijven over ‘het milieu’ vond Bijnens zowel amusant als een wraakneming. ‘In feite heb ik hiermee iedereen teruggepakt’ zegt hij. ‘ook mijn moeder. Maar wat haar betreft is het zowel een wraakneming als een liefdesverklaring al moet je even poetsen voor je de liefde voelt.’

Dit is een grandioos boek. Amusant, vrolijk, diep droevig, krankzinnig en mal, geschreven in een verbijsterend tempo dat de lezer mee laat rennen in de bonte stoet figuren die als dwergen in een carnavalsstoet dit rijke boek bevolken. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het taalgebruik van Bijnens: zijn mooie, ronde Vlaams met al die bijzondere woorden die het Noord-Nederlands ontbeert, zijn rijkdom aan kleur en de verrassende beeldspraken. Uw recensent bekruipt de lust tot permanent citeren.

Michael Bijnens is jong. Van deze schrijver kunnen we gelukkig nog heel veel gaan horen. Om in stijl te eindigen: ‘Gij zijt een zot als gij dit boek niet leest!’

Een heerlijk rondborstig Vlaams boek.

Recensieweb

Niemand komt ongeschonden uit de strijd die leven heet, maar Michael Bijnens krijgt wel erg veel voor z’n kiezen. Zo is hij bedeeld met een armlastige moeder die na de scheiding van haar tien jaar oudere man het idee opvatte om haar lijf te verkopen en zo haar schulden te kunnen voldoen. Veertien jaar oud was Michael toen ze hem haar plan mededeelde. Toch meende hij later dat haar professie interessant genoeg was om samen met zijn moeder een bordeel te beginnen.

[Van deze roman verscheen een voorpublicatie op Athenaeum.nl]

Een florerende onderneming is dit bordeel echter niet:

‘De Cinderella was geen succesvol bedrijf maar een carrousel die alleen maar bleef draaien als de boekhouding even wetteloos bleef als onze voornaamste activiteiten. We waren een onbeduidende achterkamer in een internationaal radarwerk van verhandelbaar vrouwelijk vlees.’

Een ‘kleinhandel voor fijnproevers’ dus, en geen fabrieksbordeel ‘waarin gij door de toonzaal kunt lopen gelijk in de Ikea’. Michael wijt deze omstandigheid aan de kolossale uitbarstingen van zijn moeder, waarmee hij zelf in zijn jeugd het nodige te stellen had. Zijn beschrijving van haar geraaskal nadat hij haar amfetaminen door de gootsteen heeft gespoeld, blijft je als lezer wel even bij:

‘Net zoals bij vele andere aanvaringen tussen mij en mijn verwekster was er geen enkele aanloop en begon de strijd meteen met een genadeloze en ondraaglijke schreeuw. Mijn naam, een vervloeking, een uitroep als ‘godverdoemme se ambetaant rotjoeng dat golle zijt’ – om toch maar een keer dat wanstaltige dialect onverbloemd te gebruiken – en niet heel lang daarna de stormbeweging, de ultieme confrontatie, het gevecht tussen het lichaam dat baarde en het schepsel dat daaruit probeerde te kruipen.’

De geschiedenis van zijn moeder is dan ook niet bepaald een sprookje: ze brengt haar jeugd door op katholieke internaten en legt daar een basis voor seksuele hulpverlening. Als gevolg van haar toewijding verwaarloost ze haar puberzoons, die vervolgens ontsporen en één van hen, Michael, op het pad van het hoerenlopen brengt. Falen was dan ook het voornaamste wat zijn moeder voor Michael betekende.

Toch, of misschien juist daarom, vat hij het plan op een boek te schrijven over haar wonderlijke biotoop. Hij gaat daartoe naar het ‘huis’ waar zijn moeder haar carrière begon en stuit daar op allerhande flamboyante types die het verhaal bont inkleuren. Enkele sappige anekdotes doen de rest. Zo bestaat zijn moeder het om onder de aanhef ‘meneer de majesteit’ een brief aan de koning te richten met het verzoek of hij haar niet kan helpen haar schulden te lenigen. Ze krijgt per kerende post tweehonderd euro toegestuurd.

Michael Bijnens kijkt met de nodige afstand naar zijn jeugdervaringen; zijn moeder spreekt hij bij voorkeur aan met haar volledige naam. Geen mama, maar: Iris Vandamme. Maar compassie is er ook: zoonlief, de vrucht van haar schoot, die in weerwil van alles nog steeds de band van de navelstreng ervaart, spreekt in een Nawoord de hoop uit dat Iris Vandamme ooit de rust zal vinden waarnaar ze zo naarstig op zoek is. Of dat zal lukken valt nog te bezien, maar de debuutroman Cinderella, in tegenstelling tot haar naamgenoot het bordeel, is in ieder geval een geslaagde onderneming.