De Standaard

Door Mark Cloostermans

Het moet van Maurice Gillams (1900-1982) geleden zijn, dat er in de Vlaamse literatuur nog iemand rondliep die je kon verwijten té subtiel, té delicaat te schrijven. Onze literaire volksaard is aan de boertige kant. Barok en overdrijving, kak en mayonaise: inhoud en vorm gaan hand in hand. Cinderella voelt als thuiskomen.

Michael Bijnens (1990) schreef niet alleen een dijk van een openingszin — “Op de wisselvallige namiddag waarop ik samen met mijn moeder een bordeel ging overnemen, stond zij op haar drie chihuahua’s te vloeken” — àlles aan dat eerste hoofdstuk heeft de kracht om een lezer te amuseren en te intrigeren. De kolder met de honden, het kleurrijke karakter van mama Iris en de gecompliceerde relatie met haar zoon: je ziet meteen dat hier een sterk verhaal in zit. Dat dit verhaal gebaseerd is op waargebeurde feiten, legt Bijnens intussen geen windeieren: als enige van deze vier debutanten mocht hij naar de praatshows.
Cinderella is één lange poging om vat te krijgen op het excentrieke personages Iris Vandamme, Bijnens moeder en hoer van beroep. In dat opzicht is dit boek niet anders dan Tom Lanoyes Sprakeloos of Maarten ’t Harts Magdalena – boeken over complexe moeders boeien altijd. We rijden dus mee naar de flat waar Iris zich voor het eerst liet betalen voor seks. We vernemen meer over haar tijd bij de nonnen. En Bijnens vertelt hoe hij en zijn broer van hot naar her verhuisd worden, telkens als hun moeder weer een nieuwe man aan de haak geslagen heeft. Die nieuwe man moet de rol van redder op zich nemen. Totdat, in het heden van de roman, Iris’ carrière als hoer op haar laatste benen loopt (‘Binnenkort zijt gij voor de venten niet meer appetijtelijk meer en is de spaarpot tussen uw benen volledig verteerd’), en zij besluit dat haar zoon haar moet helpen bij het uitbaten van een nieuw bordeel: de Cinderella.
Onvermijdelijk hangt de schaduw van Dimitri Verhulst over dit boek – in de jaren ‘90 imiteerde zowat elke debutant Herman Brusselmans, vandaag is dat Verhulst – maar Bijnens brengt in elk geval een geslaagde nabootsing. En hij voegt dingen van zichzelf toe. De nadruk op onsmakelijkheden, gekruid met spitsvondigheden à la ‘de feil van haar zijn’: dat is typisch Verhulst. Maar de misantropie en het donkere wereldbeeld ontbreken. Bijnens’ verteller is eerder verbaasd en verward. Hoe kan hij zowel zijn eigen als zijn moeders leven in goede banen leiden?
Bijnens doorsnijdt de komedie nu en dan met wat drama, of bedenkingen over figuurlijke vormen van prostitutie, maar snijden doet dit boek uiterst zelden. Amuseren wèl, en nog geen klein beetje.