In het hallucinante decor van een heilige vallei in het noorden van Libanon kijkt een steenrijke zakenman uit over zijn landgoed en schreeuwt naar één van zijn negen Syrische bedienden om koffie. Maak kennis met Ray. Voormalig geheim agent, vliegenier, houtwerker en gepensioneerd vastgoedmagnaat.

Tegenover hem zit wat overblijft van een vrouw die zich in het vlakbij gelegen buurland had aangesloten bij een strijdersgroep, om in een oorlog te vechten die haar meteen na aankomst weer had uitgespuwd. Zij wil terug. Op weg naar haar oude wereld wordt zij door Ray onderschept. Vanaf dat moment ligt haar leven in handen van hij die de verpersoonlijking is van alles wat zij kapot wilde maken.

In de discussie die zich tussen hen ontspint vervaagt de grens tussen onschuld en schuld. En misschien zelfs tussen leven en dood.

Met Valley of Saints initiëren Bijnens & Di Marino hun zucht naar diepgaande inhoudelijke recherche en lichamelijke onderzoeksjournalistiek. Voorafgaand aan de repetitieperiode spraken de twee theatermakers met Syriëstrijders en zochten zij in de binnenstad van Caïro en de buitenwijken van Beiroet naar de meest perverse uitwassen van onze zogenaamd onoverkomelijke beschaving. Tijdens die laatste reis ontmoette Bijnens in een vallei van waanzin en vrede de zakenman waarop Raymond is gebaseerd.

Theatermakers Michael Bijnens en Aurelie Di Marino studeerden beiden af aan het RITS in Brussel. Twee verwante zielen die elkaar vinden tijdens hun theateropleiding in onze honderdtalige hoofdstad. Ze delen de wil om in de wereld te staan en op zoek te gaan naar de plekken waar de wortels van die wereld door het asfalt heen breken. Ze zijn geïnteresseerd in de fouten die mensen maken. Twee makers met de hunkering om alles te investeren in verhalen en in het vertellen van die verhalen. Voor Valley of Saints voert het hen naar de vele paradoxen binnen de radicale islam en wat daarvoor doorgaat. Hoe zit het met de kloof tussen de idealistische verwachtingen voor vertrek en de rauwe confrontatie met de werkelijkheid van de oorlog zelf? Is die kloof er wel? En wat als je als fundamentalist door de islamitische gemeenschap zelf als paria wordt beschouwd?

De twee jonge makers vinden een partner in crime in Ruud Gielens. De regisseur en acteur maakte de Egyptische revolutie van dichtbij mee: hij woont en werkt in Caïro. Muzikant Stalin Abdi en geluidskunstenares Alexandra Cárdenas componeren en spelen.

concept: bijnens  & di marino
spel: Stalin Abdi , Aurelie Di Marino en Ruud Gielens
muziek: Stalin Abdi, Alexandra Cárdena
techniek en lichtontwerp: Peter Brughmans en Thomas Clause

met de steun van C-Mine, Pianofabriek Kunstenwerkplaats

De auteurs ontvingen voor het schrijven van dit theaterstuk een werkbeurs van het Vlaams Fonds voor de Letteren.

De Standaard

Door Mark Cloostermans

Het moet van Maurice Gillams (1900-1982) geleden zijn, dat er in de Vlaamse literatuur nog iemand rondliep die je kon verwijten té subtiel, té delicaat te schrijven. Onze literaire volksaard is aan de boertige kant. Barok en overdrijving, kak en mayonaise: inhoud en vorm gaan hand in hand. Cinderella voelt als thuiskomen.

Michael Bijnens (1990) schreef niet alleen een dijk van een openingszin — “Op de wisselvallige namiddag waarop ik samen met mijn moeder een bordeel ging overnemen, stond zij op haar drie chihuahua’s te vloeken” — àlles aan dat eerste hoofdstuk heeft de kracht om een lezer te amuseren en te intrigeren. De kolder met de honden, het kleurrijke karakter van mama Iris en de gecompliceerde relatie met haar zoon: je ziet meteen dat hier een sterk verhaal in zit. Dat dit verhaal gebaseerd is op waargebeurde feiten, legt Bijnens intussen geen windeieren: als enige van deze vier debutanten mocht hij naar de praatshows.
Cinderella is één lange poging om vat te krijgen op het excentrieke personages Iris Vandamme, Bijnens moeder en hoer van beroep. In dat opzicht is dit boek niet anders dan Tom Lanoyes Sprakeloos of Maarten ’t Harts Magdalena – boeken over complexe moeders boeien altijd. We rijden dus mee naar de flat waar Iris zich voor het eerst liet betalen voor seks. We vernemen meer over haar tijd bij de nonnen. En Bijnens vertelt hoe hij en zijn broer van hot naar her verhuisd worden, telkens als hun moeder weer een nieuwe man aan de haak geslagen heeft. Die nieuwe man moet de rol van redder op zich nemen. Totdat, in het heden van de roman, Iris’ carrière als hoer op haar laatste benen loopt (‘Binnenkort zijt gij voor de venten niet meer appetijtelijk meer en is de spaarpot tussen uw benen volledig verteerd’), en zij besluit dat haar zoon haar moet helpen bij het uitbaten van een nieuw bordeel: de Cinderella.
Onvermijdelijk hangt de schaduw van Dimitri Verhulst over dit boek – in de jaren ‘90 imiteerde zowat elke debutant Herman Brusselmans, vandaag is dat Verhulst – maar Bijnens brengt in elk geval een geslaagde nabootsing. En hij voegt dingen van zichzelf toe. De nadruk op onsmakelijkheden, gekruid met spitsvondigheden à la ‘de feil van haar zijn’: dat is typisch Verhulst. Maar de misantropie en het donkere wereldbeeld ontbreken. Bijnens’ verteller is eerder verbaasd en verward. Hoe kan hij zowel zijn eigen als zijn moeders leven in goede banen leiden?
Bijnens doorsnijdt de komedie nu en dan met wat drama, of bedenkingen over figuurlijke vormen van prostitutie, maar snijden doet dit boek uiterst zelden. Amuseren wèl, en nog geen klein beetje.

Leeskost

Zoon van een hoer opent een bordeel, wordt de pooier van zijn moeder en hoopt haar zo te redden.

Als Michael Baetens 14 jaar is heeft hij, samen met zijn moeder, al vele mannen/huisgenoten versleten. Maar moeder Iris Vandamme treft steeds de verkeerde man. Op een dag ontdekt zij hoe het komt dat haar hartsvriendinnen Lola en Linda zich in niet alleen in weelde baden, maar daar ook nog eens geen ‘vaste man’ voor nodig hebben. De dames verkopen wat Iris haar partners altijd gratis of voor wat schamel zakgeld gaf. Op dat moment besluit Iris dat zij ook hoer zal worden. De aankondiging aan zoon Michael wil ik de lezer niet onthouden:

‘Hoe heet hij deze keer?’ vroeg ik. ‘Het is geen vent. Het zijn duizend venten. Een is niet genoeg. Ik pak ze allemaal. En ze gaan er nog voor betalen ook.’ Ik dacht na. ‘Gij wordt een hoer,’ zei ik. ‘Ik ga in de seksuele dienstverlening’, zei mijn moeder.

Verdere vragen wimpelt ze af: ‘Stel je voor je kunt op sport en je kunt zwemles van de seksuele dienstverlening krijgen!’ Aldus geschiedt.

Maar zo lang Iris geen betrouwbare pooier heeft, blijft het sappelen in de zaken. Ze heeft veel klanten, maar ze blijft belazerd worden. Trof ze eerst foute gratis mannen, nu treft ze foute betalende klanten.

Intussen volgt Michael de theateropleiding en specialiseert zich in het schrijven van toneelstukken. Daarna richt hij zijn oog op moeder als ‘project’: Iris wordt de hoofdpersoon van een roman die hij zal gaan schrijven.

Hij koopt, zo jong als hij is, de seksclub Cinderella. Daar gaan Iris en haar bijzondere vriendinnen Evangeline Borderline en Kelly Babouche aan de slag, onder het toeziend oog van Kale Patrick en Michael. Op die manier kan zoonlief een wakend oogje op zijn moeder houden, zorgen dat zij haar tomeloze neiging tot schulden maken bedwingt en haar bovendien in bescherming nemen want ondanks haar beroep is Iris te naïef voor deze wereld.

Michael Bijnens (1990) is de zoon van een Antwerpse prostituee. Hij volgde een theateropleiding in Brussel en specialiseerde zich in het schrijven voor toneel. Met Cinderella maakt hij zijn debuut als romancier.

Wie Michael Baetens’ verhaal uit de roman naast de korte levensbeschrijving van auteur Michael Bijnens legt, ontsnapt niet aan de verleiding te denken dat Cinderella een autobiografie is. De uitgever spreekt het niet tegen, maar afficheert het boek in een bijna onzichtbaar hoekje toch als ‘literaire fictie’.

De meeste schrijvers echter putten uit fantasieën of versieringen van hun eigen ervaringen. Met Bijnens is het niet anders. ‘Feit en fictie hebben dezelfde stam’, zei hij desgevraagd.

Het schrijven over ‘het milieu’ vond Bijnens zowel amusant als een wraakneming. ‘In feite heb ik hiermee iedereen teruggepakt’ zegt hij. ‘ook mijn moeder. Maar wat haar betreft is het zowel een wraakneming als een liefdesverklaring al moet je even poetsen voor je de liefde voelt.’

Dit is een grandioos boek. Amusant, vrolijk, diep droevig, krankzinnig en mal, geschreven in een verbijsterend tempo dat de lezer mee laat rennen in de bonte stoet figuren die als dwergen in een carnavalsstoet dit rijke boek bevolken. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het taalgebruik van Bijnens: zijn mooie, ronde Vlaams met al die bijzondere woorden die het Noord-Nederlands ontbeert, zijn rijkdom aan kleur en de verrassende beeldspraken. Uw recensent bekruipt de lust tot permanent citeren.

Michael Bijnens is jong. Van deze schrijver kunnen we gelukkig nog heel veel gaan horen. Om in stijl te eindigen: ‘Gij zijt een zot als gij dit boek niet leest!’

Een heerlijk rondborstig Vlaams boek.

Recensieweb

Niemand komt ongeschonden uit de strijd die leven heet, maar Michael Bijnens krijgt wel erg veel voor z’n kiezen. Zo is hij bedeeld met een armlastige moeder die na de scheiding van haar tien jaar oudere man het idee opvatte om haar lijf te verkopen en zo haar schulden te kunnen voldoen. Veertien jaar oud was Michael toen ze hem haar plan mededeelde. Toch meende hij later dat haar professie interessant genoeg was om samen met zijn moeder een bordeel te beginnen.

[Van deze roman verscheen een voorpublicatie op Athenaeum.nl]

Een florerende onderneming is dit bordeel echter niet:

‘De Cinderella was geen succesvol bedrijf maar een carrousel die alleen maar bleef draaien als de boekhouding even wetteloos bleef als onze voornaamste activiteiten. We waren een onbeduidende achterkamer in een internationaal radarwerk van verhandelbaar vrouwelijk vlees.’

Een ‘kleinhandel voor fijnproevers’ dus, en geen fabrieksbordeel ‘waarin gij door de toonzaal kunt lopen gelijk in de Ikea’. Michael wijt deze omstandigheid aan de kolossale uitbarstingen van zijn moeder, waarmee hij zelf in zijn jeugd het nodige te stellen had. Zijn beschrijving van haar geraaskal nadat hij haar amfetaminen door de gootsteen heeft gespoeld, blijft je als lezer wel even bij:

‘Net zoals bij vele andere aanvaringen tussen mij en mijn verwekster was er geen enkele aanloop en begon de strijd meteen met een genadeloze en ondraaglijke schreeuw. Mijn naam, een vervloeking, een uitroep als ‘godverdoemme se ambetaant rotjoeng dat golle zijt’ – om toch maar een keer dat wanstaltige dialect onverbloemd te gebruiken – en niet heel lang daarna de stormbeweging, de ultieme confrontatie, het gevecht tussen het lichaam dat baarde en het schepsel dat daaruit probeerde te kruipen.’

De geschiedenis van zijn moeder is dan ook niet bepaald een sprookje: ze brengt haar jeugd door op katholieke internaten en legt daar een basis voor seksuele hulpverlening. Als gevolg van haar toewijding verwaarloost ze haar puberzoons, die vervolgens ontsporen en één van hen, Michael, op het pad van het hoerenlopen brengt. Falen was dan ook het voornaamste wat zijn moeder voor Michael betekende.

Toch, of misschien juist daarom, vat hij het plan op een boek te schrijven over haar wonderlijke biotoop. Hij gaat daartoe naar het ‘huis’ waar zijn moeder haar carrière begon en stuit daar op allerhande flamboyante types die het verhaal bont inkleuren. Enkele sappige anekdotes doen de rest. Zo bestaat zijn moeder het om onder de aanhef ‘meneer de majesteit’ een brief aan de koning te richten met het verzoek of hij haar niet kan helpen haar schulden te lenigen. Ze krijgt per kerende post tweehonderd euro toegestuurd.

Michael Bijnens kijkt met de nodige afstand naar zijn jeugdervaringen; zijn moeder spreekt hij bij voorkeur aan met haar volledige naam. Geen mama, maar: Iris Vandamme. Maar compassie is er ook: zoonlief, de vrucht van haar schoot, die in weerwil van alles nog steeds de band van de navelstreng ervaart, spreekt in een Nawoord de hoop uit dat Iris Vandamme ooit de rust zal vinden waarnaar ze zo naarstig op zoek is. Of dat zal lukken valt nog te bezien, maar de debuutroman Cinderella, in tegenstelling tot haar naamgenoot het bordeel, is in ieder geval een geslaagde onderneming.

Tzum

Gelijk een havik op retraite

Ooit, in een vrij recent verleden, hield ik mezelf enige tijd intensief bezig met de bestudering van hedendaags autobiografisch proza, met bijzondere aandacht voor de relatie tussen het genre en de representatie ervan in de media. Toen ik op een avond – enkele maanden na te zijn afgestudeerd op het voornoemde onderwerp – in een talkshow kennis nam van Michael Bijnens debuutroman Cinderella kon ik een lichte zucht van ergernis dan ook maar moeilijk onderdrukken. Daar had je, meende ik toen, weer zo’n onbeholpen schelmenrelaas met de allure van een B-film, geschreven door een aandachtsgeile dilettant die bij ontstentenis van connecties in de filmindustrie besloten had dat een boekverfilming nog altijd zijn claim to fame kon worden.

Michael-Bijnens-CinderellaToen ik weken later, door ziekte geveld, behoefte had aan een boek dat niet teveel aanspraak maakte op mijn reflexieve en contemplatieve vermogens, kreeg ik het kloeke debuut, over een jongeman die opgroeit als zoon van een hoer en uiteindelijk noodgedwongen haar pooier wordt, toevalligerwijs alsnog in handen. Op dat eigenste moment maakten gevoelens van hoop en sympathie zich plots van mij meester: debuteren met een bijna vijfhonderd pagina’s tellende roman leek mij een waagstuk dat op zijn minst literaire ambitie en anders toch zeker een lichte vorm van megalomanie moest verraden – potentieel ook interessant.

De gedachte dat je een autobiografische roman al voor de helft hebt gelezen nog voordat je het boek ook maar hebt opengeslagen, neemt voor mij vaak één van de grootste plezieren en uitdagingen van het lezen weg: het zien te rijmen van de gedachtewereld van de personages met die van de auteur. Waar legt de auteur zijn personages zijn eigen ideeën in de mond? En op welke plekken juist iets volstrekt tegendraads (waar je als lezer in eerste instantie niets vermoedend in mee kunt gaan om even later met je neus op de feiten te worden gedrukt)? Autobiografisch proza kent in de regel minder van dit soort dubbelzinnigheden, maar het is juist op dit vlak dat Bijnens verrast en zijn Cinderella boven het niveau van zijn povere, anekdotische voorgangers uittilt.

Die ambiguïteit laat de jonge auteur heel behoedzaam in zijn vertelling sluipen, bijvoorbeeld als het dubieuze gedrag van zijn alter ego ten aanzien van vrouwen ter sprake komt en zijn verslag van het gebeurde achteraf niet in overeenstemming blijkt met de visie van de andere personages. Bijnens ondermijnt op die manier subtiel de betrouwbaarheid en de autoriteit van zijn toch al niet onfeilbare hoofdpersoon en laat zo ruimte over voor de lezer om te twijfelen aan zijn beweringen. De verteller spaart zichzelf niet en voorkomt daarmee dat zijn verhaal de vorm aanneemt van een klinische zelfrechtvaardiging of –verheerlijking.

Valstrikken weet Bijnens verder redelijk soepeltjes te omzeilen. Godzijdank wordt het ontbreken van een vaderfiguur niet op een goedkope of sentimentele wijze gepsychologiseerd. Ook de zwartgalligheid blijft goed binnen de perken; de zon lijkt weliswaar nooit te schijnen boven de Vlaamse steenwegen, maar verzanden in de dorre misantropie, die veel van de recente boeken van Dimitri Verhulst mijns inziens welhaast onverteerbaar maken, doet Cinderella ondanks zijn duistere thematiek niet. En gelukkig hoeft het ongrijpbare moederpersonage niet teveel ontwikkeling door te maken, laat staan dat ze gelouterd achterblijft.

Een groot deel van de kracht van het boek schuilt in die schijnbare ongrijpbaarheid die zowel het gedrag van het moederfiguur als dat van de protagonist typeert. Motieven vallen lastig vast te pinnen. Datzelfde aura hangt in zekere zin ook rond moeders collega-hoeren, die een glansrol lijken te spelen met hun bedrieglijke onschendbaarheid, maar te midden van zoveel masculiene onmacht uiteindelijk des te beklagenswaardiger zijn. De bonte stoet aan mannelijke misdadigers en hoerenlopers die passeert, doet in feite slechts dienst als ietwat schreeuwerig behangetje.

Qua taalgebruik kreeg ik als Nederlander aanvankelijk het gevoel dat Bijnens me, door woorden te gebruiken als allumeur (aansteker), met flinke doses couleur locale probeerde in te pakken. Veel van mijn landgenoten lijken daar sinds – pak ‘m beet – De helaasheid der dingen immers buitengewoon van te genieten. Anderzijds geeft de verteller ergens aan het einde van Cinderella juist te kennen dat aan de huidige weergave van zaken al de nodige oppoetsbeurten voorafgingen. Ergens moet je als auteur natuurlijk een balans vinden tussen realisme en leesbaarheid en gelukkigerwijs sprong het nadrukkelijke provincialisme mij gaandeweg de vertelling al minder in het oog en resteert zodoende vrijwel alleen het oeverloze gebruik van constructies met ‘gelijk’ als puntje van kritiek. (‘Gelijk een havik op retraite zocht Evangeline voor zichzelf de makkelijkste prooi uit.’)

Op momenten werd de aaneenschakeling van hoeren, geweld, amfetamines en andere ranzigheid mij – ik ben in principe dan ook geen liefhebber van dit type ‘rauw-realisme’ – simpelweg te veel van goede. En natuurlijk leunt Cinderella met zijn burleske decor, waarin de levens van hoerenlopers, Albanese nepmaffiosi, steroïdenproleten en welzijnswerkers soms wat al te toevallig met elkaar vervlochten raken, geregeld ook vervaarlijk dicht tegen de klucht of de B-film aan (en sommige scènes zijn er net over, zoals die waarin Michaels moeder de hoofdrol in zijn toneelstuk speelt). Maar dat neemt niet weg dat deze autobiografische schelmenroman een amusante proeve van bekwaamheid is en Bijnens’ vertellerstalent de belofte lijkt in te houden dat hij, ook nu hij de grondstof van het waargebeurde heeft opgesoupeerd, iets te vertellen overhoudt.

TV Brussel / Brussel Deze Week / Agenda

Herbekijk hier mijn gesprekken met allerhande Brusselse media, zowel naar aanleiding van mijn roman en het toneelstuk Aperçu De L’inconnu. De vertelling over de Bende van Nijvel waar ik nu aan werk met Willy Thomas, Thomas Bellinck en Michiel Voet.

http://www.brusselnieuws.be/nl/cultuur/de-bende-van-de-bende-michael-bijnens-en-willy-thomas

http://www.brusselnieuws.be/nl/nieuws/opmerkelijk-debuut-van-michael-bijnens-als-je-moeder-echt-een-hoer

Charlotte Köhler Stipendium

Charlotte Köhler Stipendium 2015 voor toneelschrijver Michael Bijnens

Het Charlotte Köhler Stipendium, een jaarlijks stipendium voor beginnend literair talent, is dit jaar toegekend aan de Vlaamse toneelschrijver Michael Bijnens. De jury, bestaande uit Berthe Spoelstra, Rik van den Bos en Sara van der Kooi, kent de prijs toe voor onder andere De onzichtbare man (Orkater, 2014) en Valley of Saints (Bronks & C-Mine i.s.m. Aurelie Di Marino, 2015).

De jury over Michael Bijnens en zijn werk: “Doorgaans ontwikkelen jonge theaterschrijvers zich op drie niveaus: structuur en vorm, stijl en taalgebruik en de verbintenis die het stuk aangaat met de wereld. […] Bijnens blijkt in staat een eigen universum te creëren dat alle drie de niveaus bestrijkt. Hij kiest sterk en maatschappelijk relevant materiaal als uitgangspositie en verhoudt zich zo tot materiaal dat groter is dan hijzelf.”

En:

“Uit het theaterwerk van de nog jonge Michael Bijnens spreekt een volkomen eigen en authentieke stem die misschien ‘ongepolijst’ genoemd kan worden. Hier spreekt iemand die niet is opgegroeid met vanzelfsprekendheden of andere rijkdommen. Bijnens benadert de wereld en zijn geëngageerde, politieke onderwerpen als een outsider, maar gaat hier vervolgens als kunstenaar een diepe en geloofwaardige verbintenis mee aan.”

Het Charlotte Köhler Stipendium bedraagt 5.000 euro en wordt jaarlijks toegekend aan een veelbelovend auteur in een wisselend literair genre, dit jaar is dat theater. De uitreiking zal in november 2015 plaatsvinden op een nader te bepalen locatie.

Het jaarlijkse Charlotte Köhler Stipendium en de driejaarlijkse Charlotte Köhler Prijs worden uitgereikt sinds 1988 op initiatief van mevrouw Charlotte Köhler. Het bestuur van de Stichting Charlotte Köhler kent de prijzen toe op voordracht van een deskundige jury. De Stichting wordt beheerd door de Vereniging van Letterkundigen (VvL), een afdeling van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers (VSenV). Voorgaande laureaten van het Stipendium zijn o.m.: Mischa Andriessen (poëzie, 2014), Joost de Vries (proza, 2013), Arieke Kroes (literaire vertalingen, 2011) en Robbert Welagen (proza, 2008). De volledige lijst staat op www.vvl.nu.

De Morgen ****

Deze ochtend stond er een erg mooie bespreking van Cinderella in de boekenbijlage van De Morgen. ‘Zijn feeling voor het groteske is grandioos. De dialogen tussen moeder en kind zijn subliem.’ Dat is fijn om te horen.

Lees het hier:

Cinderella De Morgen recensie