Recensieweb

Niemand komt ongeschonden uit de strijd die leven heet, maar Michael Bijnens krijgt wel erg veel voor z’n kiezen. Zo is hij bedeeld met een armlastige moeder die na de scheiding van haar tien jaar oudere man het idee opvatte om haar lijf te verkopen en zo haar schulden te kunnen voldoen. Veertien jaar oud was Michael toen ze hem haar plan mededeelde. Toch meende hij later dat haar professie interessant genoeg was om samen met zijn moeder een bordeel te beginnen.

[Van deze roman verscheen een voorpublicatie op Athenaeum.nl]

Een florerende onderneming is dit bordeel echter niet:

‘De Cinderella was geen succesvol bedrijf maar een carrousel die alleen maar bleef draaien als de boekhouding even wetteloos bleef als onze voornaamste activiteiten. We waren een onbeduidende achterkamer in een internationaal radarwerk van verhandelbaar vrouwelijk vlees.’

Een ‘kleinhandel voor fijnproevers’ dus, en geen fabrieksbordeel ‘waarin gij door de toonzaal kunt lopen gelijk in de Ikea’. Michael wijt deze omstandigheid aan de kolossale uitbarstingen van zijn moeder, waarmee hij zelf in zijn jeugd het nodige te stellen had. Zijn beschrijving van haar geraaskal nadat hij haar amfetaminen door de gootsteen heeft gespoeld, blijft je als lezer wel even bij:

‘Net zoals bij vele andere aanvaringen tussen mij en mijn verwekster was er geen enkele aanloop en begon de strijd meteen met een genadeloze en ondraaglijke schreeuw. Mijn naam, een vervloeking, een uitroep als ‘godverdoemme se ambetaant rotjoeng dat golle zijt’ – om toch maar een keer dat wanstaltige dialect onverbloemd te gebruiken – en niet heel lang daarna de stormbeweging, de ultieme confrontatie, het gevecht tussen het lichaam dat baarde en het schepsel dat daaruit probeerde te kruipen.’

De geschiedenis van zijn moeder is dan ook niet bepaald een sprookje: ze brengt haar jeugd door op katholieke internaten en legt daar een basis voor seksuele hulpverlening. Als gevolg van haar toewijding verwaarloost ze haar puberzoons, die vervolgens ontsporen en één van hen, Michael, op het pad van het hoerenlopen brengt. Falen was dan ook het voornaamste wat zijn moeder voor Michael betekende.

Toch, of misschien juist daarom, vat hij het plan op een boek te schrijven over haar wonderlijke biotoop. Hij gaat daartoe naar het ‘huis’ waar zijn moeder haar carrière begon en stuit daar op allerhande flamboyante types die het verhaal bont inkleuren. Enkele sappige anekdotes doen de rest. Zo bestaat zijn moeder het om onder de aanhef ‘meneer de majesteit’ een brief aan de koning te richten met het verzoek of hij haar niet kan helpen haar schulden te lenigen. Ze krijgt per kerende post tweehonderd euro toegestuurd.

Michael Bijnens kijkt met de nodige afstand naar zijn jeugdervaringen; zijn moeder spreekt hij bij voorkeur aan met haar volledige naam. Geen mama, maar: Iris Vandamme. Maar compassie is er ook: zoonlief, de vrucht van haar schoot, die in weerwil van alles nog steeds de band van de navelstreng ervaart, spreekt in een Nawoord de hoop uit dat Iris Vandamme ooit de rust zal vinden waarnaar ze zo naarstig op zoek is. Of dat zal lukken valt nog te bezien, maar de debuutroman Cinderella, in tegenstelling tot haar naamgenoot het bordeel, is in ieder geval een geslaagde onderneming.